In het verkeer, in je relatie, op je werk, maar ook in de supermarkt. Overal lopen mensen tegen ergernissen aan. Ze ergeren zich aan de ander of aan iets. Het gaat niet snel genoeg, de ander snapt jou niet, verzin het maar, maar het gaat niet zoals jij had gedacht en had gewild.
De één telt tot tien en laat het dan maar zitten, de ander kan dit toch iets moeilijker.

Want ben jij nou zo dom, of ben ik zo slim”

Wie kent hem niet, de beroemde uitspraak van Louis van Gaal. En we kennen ook allemaal de geïrriteerde blik en het rood aangelopen hoofd van woede op de televisie. De frustratie straalt er aan alle kanten vanaf als hij zijn gal spuwt naar een journalist. Ik kan me het overigens ook nog voorstellen; Van Gaal vertelt voor de zoveelste keer wéér aan de deze journalist hoe het spelletje gespeeld werd etc. De journalist begreep het niet, wilde het niet begrijpen, kon het niet begrijpen, you name it, en besloot toch weer zijn vraag te stellen.

We kennen allemaal deze situaties en emoties. Alleen de controle houden over deze emotie is soms lastig en voor je het weet heb je iets gezegd of gedaan wat je helemaal niet wilde.

Schreeuwen, schelden, iets kapot gooien of met slaande deuren weglopen. En dan moet je weer terug, als je afgekoeld bent en je schaamt je voor je reactie. Dit is niet hoe je wilt zijn, helemaal niet naar je partner en kinderen toe. En toch zit het in je.

Ook ik kon mij vroeger enorm ergeren. Vooral aan domheid van anderen. Vreselijk. Ik hoor het ook veel om mij heen. Mensen die collega’s vragen om zich nou eindelijk eens te houden aan de gemaakte afspraken of zich te houden aan simpele protocollen. En dan schrijven ze alles nog een keer uit wat de collega moet doen; ze nemen hem helemaal mee aan het handje. En dan maakt de collega nog steeds die achterlijke fout…. Aaaarggggghhhh!

Wat ik vooral inmiddels geleerd heb, is dat dát juist dom is: mij ergeren aan anderen. Als iemand niet begrijpt wat je vertelt, dan bestaat er inderdaad kans dat de ander jou niet wil of kan begrijpen. Natuurlijk kan dat. En wat is jouw eigen aandeel?

  • Maar weet je zeker dat je het goed hebt uitgelegd?
  • Ben je niet te snel gegaan?
  • Heb je geen stappen overgeslagen?
  • Heb je wel goed ingeschat wat de kennis en kunde van de ander is?
  • Of moeten ze perfecte wezens zijn die het allemaal in één keer moeten snappen?
  • Mag een ander het ook iets niet weten of niet kunnen? Hoe zit dat trouwens bij jou?

Ik heb het geluk hele geduldige leraren te hebben die mij keer op keer uitleggen wat bijvoorbeeld karate is. Ik train nou zo’n 30 jaar karate en geef les, maar ik krijg ook nog steeds les. Ik maak na al die jaren trainen nog steeds (soms dezelfde) fouten. En toch dat nemen ze mij niet kwalijk. Hoe doen ze dat? Dat is toch de kunst van het leraarschap. Ik realiseer mij dat zij weten dat mijn fouten hebben helemaal niets met hun te maken. Ze zijn daarentegen wel ten volle bereid mij te helpen, als ik mij tenminste leerbaar opstel. Fouten maken is dan OK. Ik ben alleen zelf bang fouten te maken. Daarmee verwacht ik dat anderen geen fouten mogen maken. En dan is het gemakkelijk om anderen die voor jou simpele fouten maken, even af te branden. Dan voel je je weer even zeker van je zaak, want jij weet immers wel hoe het zit. Dus de motivatie is eerder onzekerheid die je verpakt in arrogantie, betweterigheid enz.

Hoe kom je ervan af? Je hoeft er niet echt ‘vanaf’. Je kunt beter leren het te ‘doorzien’. Doorzien als je eigen angst en begrijpen dat die angst ongegrond is. Wees welwillend, vanuit pure welwillendheid en nieuwsgierigheid naar dei ander en vooral ook naar jezelf toe, hoe het komt dat je nog steeds bepaalde fouten maakt.

In mijn e-book geef ik 7 adviezen over hoe je met meer rust en zelfbeheersing kan reageren op anderen. Ik denk dat je hiermee al stappen kan maken.